Weer in beweging
De vakantie is voorbij, tijd om weer in beweging te komen.
De vakantie is voorbij. De koffers zijn uitgepakt, de wekker staat weer aan en langzaam komt het gewone ritme terug. Een mooi moment om ook het sporten weer op te pakken. Maar hoe vaak nemen we ons dat niet voor om vervolgens na een paar weken te ontdekken dat de agenda alweer vol staat?
Plan vaste momenten in
De beste manier om sporten vol te houden, is er geen goed voornemen van te maken, maar een afspraak met jezelf. Kijk eens naar je week en plan vaste momenten waarop je gaat bewegen. Zet ze letterlijk in de agenda, net als een afspraak bij de tandarts. Bijvoorbeeld op dinsdagavond een stevige wandeling, donderdag een uurtje fietsen en op zaterdag naar de sportschool of het zwembad. Een vast tijdstip maakt de kans groter dat het ook echt gebeurt.
Beweeg minimaal 150 minuten per week
Een mooi uitgangspunt voor volwassenen is de beweegrichtlijn van de Gezondheidsraad: minimaal 150 minuten per week matig intensief bewegen, verspreid over verschillende dagen. Denk bijvoorbeeld aan stevig wandelen of fietsen. Daarnaast is het advies om minstens twee keer per week spier- en botversterkende oefeningen te doen, zoals krachttraining. Dat klinkt misschien als een flinke opgave, maar het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met vijf keer dertig minuten wandelen kom je al aan 150 minuten. Tel daar twee korte krachttrainingen van bijvoorbeeld twintig tot dertig minuten bij op en je hebt een mooi fundament gelegd.
Begin vooral rustig
Na een vakantie waarin je minder hebt gesport, hoef je niet meteen op je oude niveau te zitten. Bouw het geleidelijk weer op en kies een sport die je leuk vindt. Want uiteindelijk geldt: bewegen is goed, meer bewegen is beter — maar plezier maakt het een stuk makkelijker om vol te houden. Dus pak die agenda erbij. Kies je momenten, trek je sportschoenen aan en begin gewoon. Deze week nog!